dinsdag 15 september 2020

Naar Mannetje

Het was mooi weer vanmiddag en dus pakte ik de fiets om even een pakje naar de post te brengen. Echt vrijdagmiddag, dus het was rustig op straat en je voelde hoe het weekend dichterbij kwam. Er was ook zonnig weer voor het weekend voorspeld, dus er zou wel flink buiten geklust gaan worden. Ongetwijfeld in de tuin, maar nu al zag ik een man die zijn kozijnen aan het schilderen was.

 

Strak en Secuur

Schuren en gronden was kennelijk al klaar, want hij stond met uiterste precisie in volledige concentratie het houtwerk af te lakken. Wit werd het, trouwens. Nog even en dan was hij klaar met dit raam. Hij had nog net niet het puntje van zijn tong tegen zijn bovenlip gedrukt, maar hij was gefocust op een strakke en secure kwastvoering om te voorkomen dat hij het glas ook mee zou verven. Het viel mij op dat hij geen schilders tape gebruikt had om het raam af te plakken. Trump noch corona, sport noch werk bestonden voor hem op dat moment. Volledig een met zijn klus. Ik kwam bedaard aan gepedaleerd en observeerde het stilleven, toen zich een kwajongensachtige gedachte bij mij op drong. 

 


 

Keiharde gil

Zal ik in het voorbijgaan onverhoeds een keiharde gil geven? Zo’n ijselijke kreet slaken dat hij van wezenloze schrik een flinke veeg verf op het raam zwiept? Zodat zijn meesterwerkje lijntrekken verknoeid is en hij eerst met terpentijn moet gaan poetsen voor hij weer verder kan? Onderwijl dat nare mannetje vervloekend dat die kliederpartij veroorzaakt had. Maar dan moest ik wel snel weg wezen natuurlijk. Wie weet kan hij harder rennen dan schilderen en dan ben ik het haasje. Tekent hij zo maar een witte snor op mijn gezicht. Heeft ook zo weer zijn nadelen. Enne, ben je hier niet eigenlijk wat te oud voor?

Naar Mannetje

Zo kwam ik weer op het rechte pad en natuurlijk ben ik stilletjes doorgefietst, zonder hem af te leiden. Al liep ik wel nog een uurtje met een geniepige grijs op mijn gezicht als ik me zijn verbouwereerde gezicht voorstelde met die witte streep op zijn raam. Naar mannetje, Walburgh!

 

 

dinsdag 18 februari 2020

Ik loop wel

Van de week bij mijn rondje hardlopen, ik was al bij de vijver, stoof er vlak voor mij een groep eenden op. De plotselinge beweging en oplichtende kleuren van de vogels wekten mijn verraste verwondering. Hun spontane driedimensionale choreografie, waarmee ze sierlijk en daadkrachtig het luchtruim kozen, gaven mij het verlangen met hen op te stijgen en de grond ver achter mij te laten.




Ik loop wel


 
Het scheelde weinig of ik had mijn armen gespreid en hen nageroepen wacht op mij, ik kom ook mee.  Maar toen ik zag dat ze dertig meter verderop en masse in het ijzig koude water van de vijver met veel gespetter neerplonsden, was het snel klaar met de po√ęzie.


Ik loop wel.